Banner-3.jpg

De Norfolk Terriër

 

 

De Norfolk Terriër komt van oorsprong uit Engeland waar hij werd gefokt voor de jacht onder de grond naar vossen en dassen. Dit jachtkarakter van deze kleine dappere hondjes is nog steeds terug te vinden, ze zijn namelijk dol op het graven van gaten en het jagen op muizen, ratten en mollen.

 

De Norfolk is een "grote hond in een kleine verpakking",ze laten zich niet makkelijk uit het veld slaan en zijn daarbij soms overmoedig. Ze hebben een levenslustig en alert karakter en zijn regelmatig op zoek naar het uithalen van de gekste dingen. Naast het jagen en graven is de Norfolk ook dol op water, niet allen om in te zwemmen maar een tuinsproeier is ook helemaal het einde. Ze zijn zeer sociaal, dol op kinderen en vinden het leuk om te werken. Maar achter het vrolijke kopje van een Norfolk zit wel het karakter van een terriër die consequent opgevoed moet worden, ze kunnen behoorlijk eigenwijs zijn en moeten dan overtuigd worden dat er toch naar de baas geluisterd moet worden.

 

De Norfolk is de kleinste kortbenige terriër met een schouderhoogte van ongeveer 26 cm. Het is een vierkant, compact hondje met een korte, sterke rug en zware botten. Het hoofd is breed van schedel met hangende v-vormige oren en een korte, brede neus. Het gebit is scharend met grote tanden en kiezen. De ogen zijn ovaal gevormd, donker met een alerte uitdrukking. De staart is hoog aangezet en word rechtop gedragen een krulstaart is niet wenselijk maar wel toegestaan. Het gangwerk is krachtig, uitgrijpend en soepel. De vacht is hard, draadharig en recht en licht vlak op het lichaam. De vachtkleur is verschillende tinten rood, tarwekleurig en black and tan. De vacht is vergeleken met andere rassen makkelijk in onderhoud, regelmatig borstelen en 2 x per jaar plukken is voldoende om te zorgen dat ze niet verharen en de vacht in conditie te houden.